Categorie archieven: Sterke verhalen

Angstgegner

Geen eigen verslag van de thuiswedstrijd van het vierde tegen WSC 1. Dat is ook niet nodig, want Peter Wijnand van WSC verzorgt altijd een keurig verslag van al hun wedstrijden. Zie hier….

Overigens kon Peter niet weten dat de overwinning van Casper ook een serieuze poging is om dit jaar de Kooij kubus te winnen. En dat Jan Koolstra onze invaller was en niet zijn broer Jacques. Foutje van onze weedstrijdleider…

De taart op de Domtoren

Het was een mooie zaterdag in februari. Het was 10 graden en meer, het leek wel lente. De vogels floten kwinkeleerden alsof de lente er al was.  Wat kan ik naar de lente verlangen. Met mijn grote favoriete dichter Fjodor Tjoetsjew. Maar goed dat is een ander verhaal.
Fietsen door de Domstad, verwonderd over de schoonheid van deze stad,  reed ik ongeveer zoals in het gedicht van Bloem over de Dapperstraat de campus op van de Universiteit Utrecht.

Daar moesten ik en nog 8 geitenbreiers zijn.  Om de strijd aan te binden met de Domtorens van Moira.  Geleid door Bram de wedstrijdleider, die dus niet meespeelde deze keer .  Tegenover me nam Jonas plaats, wellicht een familielid van ons aller Tim? Hij heette namelijk van Dalen van achteren en had een rating van nul want hij viel in. 

Het belangrijkste verzweeg hij, waarover later meer. Er ontspon op 8 borden een strijd, Constantijn had Wim op bord 3 gezet. De speler daar had zich op Casper voorbereid en kwam van een kouwe kermis thuis, na 18 zetten had hij nog 7 minuten over. Een fraaie minderheidsaanval en de tijd werd hem fataal in the end. Daarvoor had de snel spelende tegenstander van Tijn het onderspit al gedolven evenals die van Cas. En zo werd het snel 0-3. Ik stond inmiddels na een wat gewaagde manoeuvre een gezonde pion voor en moest mjn stukken nog harmoniseren, naast me zat Johan rustig zijn voordeel te verbeteren.

Ik belandde in een voor mij gunstig toreneindspel en wist dat te winnen. 0-4 Daar ging Johan op weg naar mat of nog meer materiaal dan alleen een toren voor: 0-5. Richard had erg veel voordeel maar zn tegenstander bleef maar doorgaan. Rudolf had het als enige echt zwaar. Dick vocht tegen eeuwig schaak (Dame voor de Domtoren en dame en loper voor Dick met wat meer pionnen voor de Domtoren). Dick bleef op het oog aarzelend de zetten doen maar wist na de 0-6 van Richard waar nooit twijfel over bestond ook het zevende punt op de borden te brengen.  Rudolf dolf het onderspit. En zo vertrokken we met een mooie score bij de Dom Torens.

Niet veel later hoorden we dat onze concurrent de Rode Lopers de Domtorens taart had beloofd als ze ons zouden verslaan . Wellicht verklaarde dit het lange doorspelen van onder andere de tegenstander van Richard.

De taart kunnen ze voorlopig naar fluiten. Ons wacht nog de grote strijd met VAS en dan met Voorschoten, mochten we die beide winnen, wat op zich niet onmogelijk is…. dan gaat EsPion een klasse hoger zn kunsten laten zien… komt dat zien. Want Espion speelt zoals het een schaker betaamt virtueel en live in de bovenkamer.

Team 3 legt het af tegen Jaars Veld en collega’s

Maandag 2 februari zou de avond des oordeels worden. Met een overwinning zouden we praktisch zeker zijn van handhaving in de derde klasse. Die we met zoveel moeite en commotie vorig seizoen hadden weten te bereiken.

Team 3 is een speciaal team. Veelal wat ouderen met tonnen aan ervaring en een captain die alles weet van de beste opstelling achter de borden.

Behalve deze avond.

Een rommelige start. Dat lag beslist niet aan Dick die als competitieleider al druk bezig was de bovenzaal in te richten voordat ook maar iemand van ons daar was om die taak over te nemen. 

Om 19.00 uur kregen we bericht van Peter Urbanus dat hij plots te ziek was geworden om te kunnen aantreden. Omdat wij in ons team 9 spelers hebben moet er voor elke wedstrijd iemand achter het niet geldende negende bord kruipen. Dat was dit keer Harrie die zich in Wijk aan Zee berucht maakte door als tweede te eindigen in de 10-kamp en deze avond wat rust kon gebruiken.

Wie zou ik nog als invaller kunnen vragen? Ik dacht eigenlijk direct aan Lennart die zo goed presteerde afgelopen seizoen in de interne competitie en in de laatste week Dick nog dwarszat in zijn tocht naar roem. Maar misschien, gewoon uit beleefdheid, toch Harrie eerst nog even gebeld. Die zat net achter z’n bord spaghetti maar trouw aan het team deed hem akkoord gaan. Het zou wel iets later worden voordat hij kon aanschuiven achter bord zeven, daar waar ik Peter had bedacht.

De hele bordopstelling 1 tot en met 8 kwam voort uit een uiterst zorgvuldige analyse van de tegenstander. Wie heeft hoe vaak achter welk bord gespeeld, met wit en zwart. Wat waren de resultaten enz.

Eerlijk gezegd was ik ervan overtuigd dat we minstens tot 4-4 moesten komen met mijn gezien bovenstaande bedachte opstelling. Mart de Bruine, sorry Mart Ran, net terug uit Spanje werd op grond van eerder behaalde resultaten op het top bord geplaatst. David Kips die fantastische resultaten heeft geboekt extern, maar ook intern vier plaatsen opgeschoven naar bord twee. Bord 3 kwam voor rekening van Frank Steensma. Een routinier pur sang maar de laatste tijd wat roestig. Maar dit zou toch echt resultaat moeten kunnen opleveren.

Dan op borden vier en vijf respectievelijk Frans Kerkhoff, wie kent hem niet, en Ron Admiraal. De laatste helpt met anderen de allerjongsten op onze club naar een hoger niveau. Bord zes ondergetekende, en bord zeven Harrie toen ie zijn spaghetti op had.

En dan, op bord acht. Laat me maar lekker in die zone spelen zal hij denken want de resultaten zijn voortreffelijk, Paul Suurendonk.

Potverdorie wat een team! En dan aantreden tegen een van de twee Amsterdam West teams in onze competitie. Niet eens het hoger gekwalificeerde 6e, nee, het 8e achttal.

Die hadden nog niet veel gepresteerd in de vorige wedstrijden dus wat zou ons letten om een flinke slag te slaan.

Welnu aan het eind van de avond bleken de rollen volstrekt omgedraaid en konden we met de staart tussen de benen het materiaal weer opbergen. En als dat dan niet allemaal precies in die grote kist past en die deksel maar niet dicht wil dan voelt dat heel wat anders dan als je gewonnen hebt kan ik bekennen.

Ik heb trouwens niet eerder meegemaakt dat pas om 22.30 uur de eerste uitslag kwam! En om 23.05 uur de tweede. Maar toen ging het snel. Ikzelf was pas om kwart voor twaalf klaar en kon er een punt bijtellen. Niet vanwege subliem spel, neen, mijn tegenstander bleef keurig noteren terwijl hij nog minder dan vijf minuten op de klok had. Daarnaast had ik een dame ter hand genomen en draaide die lustig rond tussen de vingers om toch minstens het idee te geven dat ik op een zeker moment een pion zou laten promoveren. Waar eerlijk gezegd geen enkele kans toe was. Kortom, onsportief gedrag of daar tegenaan schurkend, maar wel een punt rijker.

Paul, ik schreef het al eerder won weer en ook Mart op bord een werd gefeliciteerd, maar meer leuks was er niet te zien op het scorebord. 3-5

Ach ja, de titel van dit stukje, moet ik misschien nog even verklaren. Het zal echt wel aan mij liggen die verwarring. Maar ik ben toch meer van de voornaam en achternaam en niet alleen dat laatste. Zo gaf ik de mijne op aan mijn tegenstander die dat op mijn verzoek ook aan mij deed: Jaars Veld. Zo begreep ik. Toen ik later Dick vroeg op te zoeken hoe deze waarschijnlijk 1800 speler werkelijk genoteerd staat met rating kon Dick mij onthullen dat ik had gespeeld tegen Jos Jaarsveld. Hmm, hij moet dus wel gek hebben opgekeken toen ik vroeg ‘Jaars, wil je wat drinken?’.

captain en supervisor Team-3

EsPion 2 – Volewijckers 2

De eerste 2 externe wijdstrijden werden (nipt) verloren. EsPion 2 was dus op zoek naar de eerste wedstrijdpunten.

Niet lang na de start wist Keith (op 2) door een bunder van de tegenstander het eerste punt al te pakken (1-0). Te snel daarna kwam Jan (op 6) in een verloren pionneneindspel terecht, waarbij de tegenstander een veel machtiger paard bleek te hebben (1-1).

Intussen was Henk (op 7) bijna vervroegd naar Deventer door stukverlies, wat hij echter weer wist te repareren, Alfred (op 8) bouwde aan een zekere winst, Pieter (op 4) stond heel mooi, Roland (op 3) stond goed en Ric (op 5) wat gedrukt. Dick (op 1) stond degelijk.

Het volgende punt kwam van Pieter: mooie klassieke aanval op F7 (2-1). Henk haalde zelfs een kwaliteit op en gaf die later weer terug voor pionnen, de (3-1) was een feit.

Helaas liep Dick tegen een onvoorzien probleem aan wat een punt kostte (3-2). Alfred haalde langsam aber sicher op bord 8 een keurig punt binnen (4-2).

Overgebleven Ric in een ruïne en Roland in een betere stelling moesten nog een halfje ophalen. Voor de zekerheid bood Roland remise aan, wat werd aangenomen (4,5-2,5), waarna uw verslaggever door zijn vlag ging (4,5-3,5).

De eerste matchpunten binnen!

Ric.

De eerste zege!

Tegen de club van Co moest het gebeuren. Tegen de club van de schaakgodin ging het net mis: 3,5-4,5 met een pijnlijk verlies in tijdnood wat de stand in ons nadeel deed eindigen. Dat smaakte naar revanche.

Bij aankomst vroeg Rob speel je extern vanavond? Ik antwoordde bevestigend. Opeens mengde zich een gast in het gesprek die me meedeelde: “de Volewijckers… daar lopen jullie toch zo doorheen?” Met een fraai onvervalst Amsterdams accent. Tot mijn vreugde nam hij tegenover mij plaats. De strijd ontvouwde zich en ik had de indruk dat het lekker ging voor me.

Een rondje langs de borden Jan had het al snel lastig Henk verloor snel een stuk  Alfred had de zaag erbij gepakt en de h lijn opengemaakt en ging bij n overweldigende stelling n kwaliteit winnen hij dacht er nog even rustig over na.
Ondertussen blunderde de tegenstander van Keith opeens en gaf een stuk weg, een aangename 1-0 was ons deel.

Jan ging kopje onder en dat was 1-1. Ric had een heftige Siciliaan over zich heen gekregen en verdedigde zich taai, Henk won een kwal terug en hierna ontstond aanvankelijk een materieel gelijke positie. Dick had het zwaarste lootje van de avond en leek oké te staan . Roland had een gesloten centrum en het kon alle kanten op.

Mijn bord vergrootte mijn optimisme. Ik ruilde wat stukken en plantte een paard op d6 won de geofferde pion terug.  Ruilde nog wat en nu het materieel gelijk was stond ik beter. Getripleerd op de halfopen f-lijn en maar 1 verdediger van zijn koningsstelling, hij hoopte op het ruilen vam het nodige materiaal waarna het weer een wedstrijd zou zijn. >Aangezien ik dat niet van plan was. offerde ik mijn toren op f6. Hier pak aan. Aannemen van het offer leidde tot mat dus hij speelde liever door met een stuk achter, vijf zetten later was het alsnog uit.  Ik ruilde alles af en  hield een stuk voorsprong met twee extra pionnen over. Een uitgestoken hand was mijn deel.

Niet veel later sloeg Alfred toe. 3-1.  Dick verloor 3-2. Henk had de bordjes weten te verhangen en kwam in n gunstig eindspel hij dacht nog lang na maar na h2 kon ook hier de Volewijcker met een nul het Ij over. 4-2.

Nu bij Ric was het precair. HIj had nog wel tegenkansen maar het zag er moeilijk uit. Roland daarentegen had weinig tijd een paard eindspel met evenveel pionnen. Opeens met 3 minuten op de klok keek hij op en vroeg hoeveel staat het? Het antwoord was 4-2. Hij deed nog een zet verloor een pion en won er een terug, beiden hadden nu een kandidaat vrijpion…. en deed misschien wel zn beste zet hij bood remise aan. Na een tijd denken klonk er dat is goed….

We hadden dus de 4,5 gehaald en gewonnen. Even later moest Ric helaas de vlag strijken maar dat mocht hem de pret voor  het team niet drukken.

De eerste punten!! Zeer welkom en ook wel echt verdiend na harde strijd op de borden.

Hakblok

Andermaal een verslag vooraf. Want voor een underdog is voorbeschouwen aantrekkelijker dan nabeschouwen, zo ondervond ik gisteren. Rampen hebben zich nog niet voltrokken, de handdoek na drie uur spartelen nog niet geworpen, hoop is nog springlevend.

Dat laatste geldt ook Sinner en Medvedev die zich nu -zondagochtend 9 uur- beiden nog winnaar kunnen wanen van de Australian Open, een grandslam dat onlosmakelijk verbonden is met het spelen in Wijk aan Zee.

Ik heb gezien hoe Medvedev in die finale kwam, namelijk door een tegenstander met meer talent uit te schakelen. Dat is een constatering die mij als underdog hoopvol stemt. Zverev is de man van de geniale oprispingen, de fantastische cross-passing, Medvedev slaat zo ongeveer alle ballen door het midden terug. Degelijk, maar oersaai.

Wanneer je als schaker aan hem een voorbeeld neemt dan neutraliseer je kundig alle dreigingen, wachtend op het moment dat de tegenstander zich -murw gedacht- vergaloppeert.

Zou ik het kunnen, schaken zoals Medvedev tennist? Het antwoord is een ondubbelzinnig nee. Maar zou ik het toch moeten proberen? Zou ik dat willen?

Als je verder wilt komen in een sport horen daar offers bij, maar mijn reputatie op het hakblok leggen gaat wel ver. Toch leg ik de vraag voor aan Stine Jensen, de filosofe die me bruikbare inzichten gegeven heeft met haar beschouwingen over faalmoed. Ze antwoord in de vorm van een wedervraag.

‘Mocht het iets opleveren Henk, ben jij het dan nog wel die dat resultaat boekt, want is het ook niet je identiteit die je op het hakblok hebt gelegd?’ kijk, dat is nog eens wat anders dan de bal door het midden terugslaan.

De eerste set van de heren kan ik zo meteen nog kijken. Ik zal als gedachtenexperiment oprecht proberen het tennis van Medvedev te omarmen en al het moois van Sinner weg te zetten als aanstellerige frivoliteit. Maar erg hoopvol ben ik niet. Mijn gedachtenexperimenten tot nu toe hebben me namelijk slechts twee schamele punten opgeleverd. De enige zekerheid die ik heb, ongeacht het resultaat van de laatste partij, is een omarming van mijn vrouw bij thuiskomst.

De aller allerlaatste aflevering van deze serie Blogs zal uiterst kort zijn, ik zal na afloop van ronde negen volstaan met een getal dat bestaat uit vier cijfers, dan weten de vaste volgers genoeg over het resultaat.

Ens

Gênant

Omdat ik vanavond graag een keertje vrij wil zijn van het schrijven van een Blog, krijgen jullie het verslag van ronde acht al in het voren. Kan dat? We zullen zien. Het verloop van mijn partijen is na zeven eerdere rondes redelijk voorspelbaar geworden. Dus ik vermoed dat er weinig onwaars te lezen zal zijn. De toekomst leid ik in met een gebeurtenis uit het recente verleden.

Gisteren at ik met Harrie en Frank in het Strandhuis. Harrie vertelde dat hij eerder die week daar ook al een keer te gast geweest was. ‘Het was toen een gênante vertoning’ begon onze secretaris. We hoefden niet door te vragen, het verhaal kwam er vanzelf uit. ‘Ik wilde afrekenen en toen: bliep bliep.’ Vragend keken wij hem aan. Bliep bliep?

‘Geen saldo’ verduidelijkte Harrie. Gênant inderdaad. ‘En toen?’

Harrie had nog iets van contanten bij zich en een betrouwbaar voorkomen, dus de rest mocht hij de volgende dag afrekenen. Hij had natuurlijk ook het ijverige Poolse meisje dat ons bediende kunnen helpen bij de afwas, maar ik weet niet of zij die avond ook dienst had.

Gênant is ook het eerste woord wat bij me opkomt bij de partij die ik vanmiddag spelen ga. Vol vertrouwen zal ik er aan beginnen. En op een cruciaal moment wanneer ik een beroep wil doen op mijn basisschaakkennis: bliep bliep. Geen saldo!

Een betrouwbaar voorkomen zal me niet baten, het is te vroeg voor de afwas en te laat voor de Poolse verdediging. Morgen de rekening alsnog vereffenen is natuurlijk niet aan de orde.

Wat mij rest is om te proberen mijn tegenstander nog wat complimenten te ontfutselen over mijn gedurfde spel, om op zoek te gaan naar een moment in de partij waarin ik gewonnen stond of had kunnen staan en daarna deemoedig het hoofd te buigen, om het zondag weer fris op te richten voor de laatste krachtproef.

De enige hoop op een ander resultaat in ronde acht is dat ergens in de partij -en liefst op een eerder moment- mijn tegenstander bankroet gaat: Bliep bliep! Harrie wil ik op de valreep meegeven dat dit ook een mooi geluid kan zijn! Maar gênant is het wel om door een blunder van de tegenstander te winnen.

Ens

1672 (1)

Belevenissen van een underdog

Nog steeds rondwarend in het rampjaar en daardoor andermaal gezakt naar de laatste plaats in groep 4A, moet ik noodgedwongen toch weer schrijven vanuit de positie van de underdog, de moedige voornemens van de rustdag ten spijt. Toch echoën de teksten van Stine Jensen nog na, ik leg mijzelf voorlopig na afloop van elke partij langs de meetlaat van de faalmoed.

Ben ik dapper geweest in ronde 7? Wel zeker. Ik liet bewust een massale aanval op mijn koning toe. Het zou me een pion kosten, maar ik vermoedde dat ik die snel terug zou winnen, inclusief een betere stelling. En zo geschiedde. Heb ik gefaald? Als je onnodig een paardvorkje toelaat die je een kwaliteit kost, ja dan heb je gefaald. Was ik moedig? Als ik het daarna mijn tegenstander toch nog twee uur flink moeilijk heb gemaakt, dan mag je van moed spreken.

Sceptici zullen zeggen dat het pure wanhoop was die mijn motor nog twee uur aan de praat hield, dat het een bokkig ontkennen was van een trieste werkelijkheid, dat het slechts water naar Wijk aan Zee dragen was, dat ik acceptatie eindelijk eens in mijn woordenboek op moet nemen. Mijn weerwoord is simpel: aan sceptici is een begrip als faalmoed niet besteed.

Met een wiskundige kan je nog inhoudelijk spreken over de eenzaamheid van de priemgetallen, met een atheïst kan je wijsgerig schaatsen op Godgeleerd ijs, met een politicus moeizaam -maar toch- over het in formatie vliegen van Canadese rotganzen. Maar met een scepticus valt niet te praten, of je moet Plato heten.

Het wordt tijd deze aflevering van het Blog af te ronden. Ik begin uit de bocht te vliegen merken jullie, mijn betoog wordt warrig. Dat is wat continu schaken met je doet. Nog twee rondes dan is het voorbij. Maar wel twee rondes waarin er nog glorieus gefaald mag worden. Ik ga mijn best doen!

Ens

Mislukkingen

Op de rustdag las ik in de trein een boek van Stine Jensen, een filosofische verhandeling over faalmoed. Ik ben nog niet verder gekomen dan het inleidende hoofdstuk, maar daar zijn dingen over te delen die ook voor een schaker waardevol kunnen zijn.

Een wetenschapper heeft bedacht dat als tegenwicht tegen onze prestatiemaatschappij het een goed idee is om je mislukkingen publiekelijk te maken. Hij stelde een cv op van zijn grootste mislukkingen, banen die hij misliep, prijzen die aan zijn neus voorbijgingen, huwelijken die door zijn toedoen spaak liepen, dromen die hij om zeep geholpen had, tranen die hij had doen vloeien. Wonderlijk genoeg oogstte hij met dit cv veel lof, meer dan met zijn hele wetenschappelijke carrière. Door op te schrijven wat een kluns hij is werd hij door iedereen plotseling massaal omarmd. Het zij hem gegund, maar als verschijnsel begint de zaak precies daar voor mij toch te wringen. Het was op een onverwachte manier ook confronterend voor mij, maar hoe precies wist ik niet meteen.

Maar naar buiten starend, waar in een flauw zonnetje de Gelderse landschappen voorbijgleden zag ik plotseling, weerkaatst door de uiterst smerige ramen mezelf zitten, zag ik hoe ik hetzelfde deed als die wetenschapper en zag ik mezelf opeens niet meer zitten.

Want met mislukkingen lof oogsten, eigenlijk is dat waar iemand die dagelijks een blog schrijft over zijn ervaringen als underdog ook op uit is. Hoe wanhopiger de pogingen, hoe meer sympathie. Ik exploiteer met mijn schrijfsels de wanhoop. Dat staat me niet fraai, het is zelfs ronduit laf.

Om die reden heb ik besloten om in de laatste drie ronden een andere gedaante aan te nemen, namelijk die van de faalmoedige. Ik ga de moed vinden om hoog van de toren mijn tegenstanders omver te blazen. Mijn winst woensdag op de koploper geeft daar alle aanleiding toe. Mijn Blog zal voortaan als titel hebben: resultaten van een moedige man. Ik zet vanaf ronde zes in op de hoon, heb genoeg van alle omarmingen. Tot morgen!

Ens

1672

Belevenissen van een underdog

Wat is het verschil tussen een loser en een underdog? Ik haal nog een keer Wikipedia van stal: een underdog kan doorgaans op sympathie rekenen.

Drie dagen lang was ik een loser. Maar vandaag kon ik bij voorbaat op sympathie rekenen, ik speelde tegen de koploper met zwart, ook dat dat nog, en de overige groepsleden zien graag dat die koploper wat afgesnoept wordt. Aan mij de eer.

Lastige pot, de tegenstander dreigde met een paard binnen te komen op e6, gesteund door een pion op d5. Dat zou winnend moeten zijn. Ik zag wel vage aanvalskansen, precies op het moment dat Chris Alberti, Peter de Heer en Johan de Lange met zorgelijke blik mijn stelling monsterden. Dat zou me minstens een kwaliteit kosten, want ik had een Toren op f8 en een Dame op d8.

Kwaliteitsverlies was me nog niet genoeg, ik overwoog zelf een kwaliteit er bovenop te offeren, zeker voor het oog van het Pion-publiek, waartegenover ik een reputatie heb hoog te houden. Maar na ruim een half uur denken veranderde ik toch van plan en speelde het uiterst rustige Df6. Tot mijn verbazing speelde de tegenstander vervolgens zijn paard niet naar e6, maar hij sloeg mijn gevaarlijke loper er mee af.

Het is waarschijnlijk niet meer te volgen, maar in het  Blad dat in februari uitkomt zal ik mijn overmoed met een diagram illustreren. Een klein tussenzetje, overzien door mijn tegenstander, maakte dat ik opeens goed kwam te staan, zelfs een kwaliteit voorkwam, waarna de stelling rustig naar winst gevoerd kon worden.

Wel jammer dat ik nu van de laatste plaats af ben, er waren immers vijf ronden voor nodig geweest om daar te komen. Morgen rustdag, daarna zijn er nog ruime kansen op drie nullen, waarmee de laatste plaats veilig gesteld kan worden. Moet lukken, want met 1672 zijn we intussen bij het rampjaar uit onze vaderlandse geschiedenis aanbeland.

Ens

1647

Belevenissen van een underdog

En weer is het cijfer boven dit Blog veranderd, omdat er ook vandaag een resultaat behaald werd: remise tegen een 78-jarige.

Het was een leuke partij, waarin mijn tegenstander voortdurend dreigingen had over de lange witte diagonaal. Na afloop was ik tevreden, ja zelfs een beetje trots, met hoe ik het er na drie en een half uur toch zonder kleerscheuren afgebracht had. Maar thuisgekomen liet Stockfish me na de boerenkool meedogenloos zien hoe ik opgeknoopt had moeten worden. In het Blad zal ik laten zien hoe.

Die ontluistering achteraf na de computeranalyse gold ook voor de partij van gisteren waarin mijn tegenstander in volkomen gewonnen positie overging tot herhaling van zetten. Het is een opluchting te merken dat er ook in groep 4 veel niet gezien wordt. Ik voel me er thuis.

Mocht ik morgen weer een halfje halen dan is het beter om te gaan schrijven over ‘Belevenissen van een dappere remiseschuiver’. A demain!

Ens

1635

Ervaringen van een underdog

Harrie Boom promoveerde ooit, net als ik, naar groep 4. ‘Doe het daar maar beter dan ik’, raadde hij me aan. Zijn score toen: negen nullen, de variant dus waarin ik na afloop op 1622 zou staan.

Maar zie, het getal boven dit blogje is veranderd. Dat betekent dat er een resultaat behaald is. Mijn tegenstander was een Fransoos van 44 met een Italiaanse achternaam -Gattuso-.

Hij opende scherp, met enige moeite wist ik de zaak te neutraliseren en zelfs licht voordeel te behalen.

De tegenstander liep soms rood aan van de spanning en zijn tijd tikte weg. Ik won twee pionnen, maar toen ik dat voordeel met passief spel wilde behouden wist hij een stelling te fabriceren waarbij ingaan op eeuwig schaak mijn enige optie was.

In Het Blad krijgen jullie een diagram voorgeschoteld waarin je mag proberen of met actiever spel wel een vol punt te scoren geweest was. Ik ben tevreden, al gaat Stockfish daar in een later stadium wellicht nog aan morrelen.

Ens

1622

Van een underdog

Mij wordt de laatste tijd door clubgenoten verweten dat het avontuurlijke er af is, dat ik een voorzichtige schaker ben geworden die voornamelijk fanatiek bezig is met ratingpunten verzamelen dan wel met krampachtig te voorkomen ze te verliezen.

Dat van die ratingpuntenobsessie is waar. Ik heb nu al uitgerekend wat ik aan punten inlever wanneer ik al mijn partijen in de tienkamp verlies. Boven elk verslag zal daarom een getal staan.

We starten met mijn huidige fictieve rating van 1687 verminderd met 65 punten verlies na negen nullen, wat neerkomt op 1622. In groep 4a ben ik, na de promotie van vorig jaar, de risee. Gemiddeld hebben mijn tegenstanders zo’n 140 punten meer, dus verlies komt me niet erg duur te staan. Hen overigens wel.

Het prettige is dat ik tijdens het toernooi alleen maar winnen kan, 1622 is de absolute ondergrens. De absolute bovengrens van 1847 is niet haalbaar, het streven is om weer boven de 1700 te komen.

Of het avontuurlijke er af is mag u straks zelf beoordelen aan de hand van de diagrammen die begin februari in Het Blad zullen verschijnen. Op de website zijn voornamelijk sfeerverslagen te lezen.

Het is vrijdag 19 januari 12.10, het gaat beginnen!

Ens