Categorie archieven: Tata Steel 2024

Hakblok

Andermaal een verslag vooraf. Want voor een underdog is voorbeschouwen aantrekkelijker dan nabeschouwen, zo ondervond ik gisteren. Rampen hebben zich nog niet voltrokken, de handdoek na drie uur spartelen nog niet geworpen, hoop is nog springlevend.

Dat laatste geldt ook Sinner en Medvedev die zich nu -zondagochtend 9 uur- beiden nog winnaar kunnen wanen van de Australian Open, een grandslam dat onlosmakelijk verbonden is met het spelen in Wijk aan Zee.

Ik heb gezien hoe Medvedev in die finale kwam, namelijk door een tegenstander met meer talent uit te schakelen. Dat is een constatering die mij als underdog hoopvol stemt. Zverev is de man van de geniale oprispingen, de fantastische cross-passing, Medvedev slaat zo ongeveer alle ballen door het midden terug. Degelijk, maar oersaai.

Wanneer je als schaker aan hem een voorbeeld neemt dan neutraliseer je kundig alle dreigingen, wachtend op het moment dat de tegenstander zich -murw gedacht- vergaloppeert.

Zou ik het kunnen, schaken zoals Medvedev tennist? Het antwoord is een ondubbelzinnig nee. Maar zou ik het toch moeten proberen? Zou ik dat willen?

Als je verder wilt komen in een sport horen daar offers bij, maar mijn reputatie op het hakblok leggen gaat wel ver. Toch leg ik de vraag voor aan Stine Jensen, de filosofe die me bruikbare inzichten gegeven heeft met haar beschouwingen over faalmoed. Ze antwoord in de vorm van een wedervraag.

‘Mocht het iets opleveren Henk, ben jij het dan nog wel die dat resultaat boekt, want is het ook niet je identiteit die je op het hakblok hebt gelegd?’ kijk, dat is nog eens wat anders dan de bal door het midden terugslaan.

De eerste set van de heren kan ik zo meteen nog kijken. Ik zal als gedachtenexperiment oprecht proberen het tennis van Medvedev te omarmen en al het moois van Sinner weg te zetten als aanstellerige frivoliteit. Maar erg hoopvol ben ik niet. Mijn gedachtenexperimenten tot nu toe hebben me namelijk slechts twee schamele punten opgeleverd. De enige zekerheid die ik heb, ongeacht het resultaat van de laatste partij, is een omarming van mijn vrouw bij thuiskomst.

De aller allerlaatste aflevering van deze serie Blogs zal uiterst kort zijn, ik zal na afloop van ronde negen volstaan met een getal dat bestaat uit vier cijfers, dan weten de vaste volgers genoeg over het resultaat.

Ens

Gênant

Omdat ik vanavond graag een keertje vrij wil zijn van het schrijven van een Blog, krijgen jullie het verslag van ronde acht al in het voren. Kan dat? We zullen zien. Het verloop van mijn partijen is na zeven eerdere rondes redelijk voorspelbaar geworden. Dus ik vermoed dat er weinig onwaars te lezen zal zijn. De toekomst leid ik in met een gebeurtenis uit het recente verleden.

Gisteren at ik met Harrie en Frank in het Strandhuis. Harrie vertelde dat hij eerder die week daar ook al een keer te gast geweest was. ‘Het was toen een gênante vertoning’ begon onze secretaris. We hoefden niet door te vragen, het verhaal kwam er vanzelf uit. ‘Ik wilde afrekenen en toen: bliep bliep.’ Vragend keken wij hem aan. Bliep bliep?

‘Geen saldo’ verduidelijkte Harrie. Gênant inderdaad. ‘En toen?’

Harrie had nog iets van contanten bij zich en een betrouwbaar voorkomen, dus de rest mocht hij de volgende dag afrekenen. Hij had natuurlijk ook het ijverige Poolse meisje dat ons bediende kunnen helpen bij de afwas, maar ik weet niet of zij die avond ook dienst had.

Gênant is ook het eerste woord wat bij me opkomt bij de partij die ik vanmiddag spelen ga. Vol vertrouwen zal ik er aan beginnen. En op een cruciaal moment wanneer ik een beroep wil doen op mijn basisschaakkennis: bliep bliep. Geen saldo!

Een betrouwbaar voorkomen zal me niet baten, het is te vroeg voor de afwas en te laat voor de Poolse verdediging. Morgen de rekening alsnog vereffenen is natuurlijk niet aan de orde.

Wat mij rest is om te proberen mijn tegenstander nog wat complimenten te ontfutselen over mijn gedurfde spel, om op zoek te gaan naar een moment in de partij waarin ik gewonnen stond of had kunnen staan en daarna deemoedig het hoofd te buigen, om het zondag weer fris op te richten voor de laatste krachtproef.

De enige hoop op een ander resultaat in ronde acht is dat ergens in de partij -en liefst op een eerder moment- mijn tegenstander bankroet gaat: Bliep bliep! Harrie wil ik op de valreep meegeven dat dit ook een mooi geluid kan zijn! Maar gênant is het wel om door een blunder van de tegenstander te winnen.

Ens

1672 (1)

Belevenissen van een underdog

Nog steeds rondwarend in het rampjaar en daardoor andermaal gezakt naar de laatste plaats in groep 4A, moet ik noodgedwongen toch weer schrijven vanuit de positie van de underdog, de moedige voornemens van de rustdag ten spijt. Toch echoën de teksten van Stine Jensen nog na, ik leg mijzelf voorlopig na afloop van elke partij langs de meetlaat van de faalmoed.

Ben ik dapper geweest in ronde 7? Wel zeker. Ik liet bewust een massale aanval op mijn koning toe. Het zou me een pion kosten, maar ik vermoedde dat ik die snel terug zou winnen, inclusief een betere stelling. En zo geschiedde. Heb ik gefaald? Als je onnodig een paardvorkje toelaat die je een kwaliteit kost, ja dan heb je gefaald. Was ik moedig? Als ik het daarna mijn tegenstander toch nog twee uur flink moeilijk heb gemaakt, dan mag je van moed spreken.

Sceptici zullen zeggen dat het pure wanhoop was die mijn motor nog twee uur aan de praat hield, dat het een bokkig ontkennen was van een trieste werkelijkheid, dat het slechts water naar Wijk aan Zee dragen was, dat ik acceptatie eindelijk eens in mijn woordenboek op moet nemen. Mijn weerwoord is simpel: aan sceptici is een begrip als faalmoed niet besteed.

Met een wiskundige kan je nog inhoudelijk spreken over de eenzaamheid van de priemgetallen, met een atheïst kan je wijsgerig schaatsen op Godgeleerd ijs, met een politicus moeizaam -maar toch- over het in formatie vliegen van Canadese rotganzen. Maar met een scepticus valt niet te praten, of je moet Plato heten.

Het wordt tijd deze aflevering van het Blog af te ronden. Ik begin uit de bocht te vliegen merken jullie, mijn betoog wordt warrig. Dat is wat continu schaken met je doet. Nog twee rondes dan is het voorbij. Maar wel twee rondes waarin er nog glorieus gefaald mag worden. Ik ga mijn best doen!

Ens

Mislukkingen

Op de rustdag las ik in de trein een boek van Stine Jensen, een filosofische verhandeling over faalmoed. Ik ben nog niet verder gekomen dan het inleidende hoofdstuk, maar daar zijn dingen over te delen die ook voor een schaker waardevol kunnen zijn.

Een wetenschapper heeft bedacht dat als tegenwicht tegen onze prestatiemaatschappij het een goed idee is om je mislukkingen publiekelijk te maken. Hij stelde een cv op van zijn grootste mislukkingen, banen die hij misliep, prijzen die aan zijn neus voorbijgingen, huwelijken die door zijn toedoen spaak liepen, dromen die hij om zeep geholpen had, tranen die hij had doen vloeien. Wonderlijk genoeg oogstte hij met dit cv veel lof, meer dan met zijn hele wetenschappelijke carrière. Door op te schrijven wat een kluns hij is werd hij door iedereen plotseling massaal omarmd. Het zij hem gegund, maar als verschijnsel begint de zaak precies daar voor mij toch te wringen. Het was op een onverwachte manier ook confronterend voor mij, maar hoe precies wist ik niet meteen.

Maar naar buiten starend, waar in een flauw zonnetje de Gelderse landschappen voorbijgleden zag ik plotseling, weerkaatst door de uiterst smerige ramen mezelf zitten, zag ik hoe ik hetzelfde deed als die wetenschapper en zag ik mezelf opeens niet meer zitten.

Want met mislukkingen lof oogsten, eigenlijk is dat waar iemand die dagelijks een blog schrijft over zijn ervaringen als underdog ook op uit is. Hoe wanhopiger de pogingen, hoe meer sympathie. Ik exploiteer met mijn schrijfsels de wanhoop. Dat staat me niet fraai, het is zelfs ronduit laf.

Om die reden heb ik besloten om in de laatste drie ronden een andere gedaante aan te nemen, namelijk die van de faalmoedige. Ik ga de moed vinden om hoog van de toren mijn tegenstanders omver te blazen. Mijn winst woensdag op de koploper geeft daar alle aanleiding toe. Mijn Blog zal voortaan als titel hebben: resultaten van een moedige man. Ik zet vanaf ronde zes in op de hoon, heb genoeg van alle omarmingen. Tot morgen!

Ens

1672

Belevenissen van een underdog

Wat is het verschil tussen een loser en een underdog? Ik haal nog een keer Wikipedia van stal: een underdog kan doorgaans op sympathie rekenen.

Drie dagen lang was ik een loser. Maar vandaag kon ik bij voorbaat op sympathie rekenen, ik speelde tegen de koploper met zwart, ook dat dat nog, en de overige groepsleden zien graag dat die koploper wat afgesnoept wordt. Aan mij de eer.

Lastige pot, de tegenstander dreigde met een paard binnen te komen op e6, gesteund door een pion op d5. Dat zou winnend moeten zijn. Ik zag wel vage aanvalskansen, precies op het moment dat Chris Alberti, Peter de Heer en Johan de Lange met zorgelijke blik mijn stelling monsterden. Dat zou me minstens een kwaliteit kosten, want ik had een Toren op f8 en een Dame op d8.

Kwaliteitsverlies was me nog niet genoeg, ik overwoog zelf een kwaliteit er bovenop te offeren, zeker voor het oog van het Pion-publiek, waartegenover ik een reputatie heb hoog te houden. Maar na ruim een half uur denken veranderde ik toch van plan en speelde het uiterst rustige Df6. Tot mijn verbazing speelde de tegenstander vervolgens zijn paard niet naar e6, maar hij sloeg mijn gevaarlijke loper er mee af.

Het is waarschijnlijk niet meer te volgen, maar in het  Blad dat in februari uitkomt zal ik mijn overmoed met een diagram illustreren. Een klein tussenzetje, overzien door mijn tegenstander, maakte dat ik opeens goed kwam te staan, zelfs een kwaliteit voorkwam, waarna de stelling rustig naar winst gevoerd kon worden.

Wel jammer dat ik nu van de laatste plaats af ben, er waren immers vijf ronden voor nodig geweest om daar te komen. Morgen rustdag, daarna zijn er nog ruime kansen op drie nullen, waarmee de laatste plaats veilig gesteld kan worden. Moet lukken, want met 1672 zijn we intussen bij het rampjaar uit onze vaderlandse geschiedenis aanbeland.

Ens

1647 (3)

Belevenissen van een underdog

Het goede nieuws is dat ik vandaag eindelijk weer eens gewonnen heb gestaan, het slechte laat zich raden. Het werd een zeer bijzondere middag.

Ik speelde tegen een naamgenoot. Maar zijn ouders hadden er beter aan gedaan hem Pietje te noemen, want oh oh oh, wat was deze man precies. Het begon meteen al bij het rechtzetten van de stukken: Henk nam ook de mijne voor zijn rekening. Ook in de partij zat hij geregeld aan mijn stukken om ze nog centraler op de velden te plaatsen. Dat gebeurde zo vaak dat ik Henk lichtelijk geïrriteerd voorstelde dat hij mijn zetten ook maar ter hand zou nemen.

Het was bedoeld als een geintje, maar pietje precies vond het een goede optie. Dus vroegen we toestemming aan scheidrechter Bert, die even daarvoor in het zonnetje gezet was met zijn 88 jaar. Bert was nog in feeststemming, dus welwillend. En zo voerde Henk vanaf toen alle zetten op het bord uit, een beetje zoals het gaat wanneer je met een blinde schaakt. Nee, niet inkoppen deze voorzet svp.

Of het daardoor kwam weet ik niet, maar mijn stelling knapte er zienderogen van op, zodanig dat ik gewonnen kwam te staan met Henk ook nog eens in hoge tijdnood. Want voor zijn dubbel aantal uit te voeren zetten had Bert extra tijd namelijk niet nodig gevonden.

Pietje precies kreunde als hij zelf mindere zetten deed, maar het moet gezegd, toen hij vlak voor de tijdcontrole met een enkele zet mijn stelling aan gort sloeg, deed hem dat zichtbaar pijn. Bijna verontschuldigend voerde hij hem uit. Het pleit voor deze Henk.

We analyseerden nog wat in de Moriaan, een vriend van hem kwam erbij zitten. Ik kreeg van Henk complimenten over mijn soms verrassende keuzes. We dronken een biertje.

‘Is dat niet iets voor jou Henk? Wij organiseren met een groep vrienden elk jaar in oktober/november een schaaktoernooi in Portugal.’ Ik was aangenaam verrast, maar aarzelde. ‘Manuel Bosboom komt ook.’ Ik was om.

Zo liep een mooie schaakmiddag ten einde. Morgen ronde zes al weer.

Ens

1647 (2)

Belevenissen van een underdog

Bijna ben ik op de ranglijst aanbeland op de plek waar een underdog thuishoort: de laatste.

Na twee remises volgden er twee kansloze nullen. Twee aansluitende eentjes zouden een mooi symmetrisch beeld opleveren. Maar ja…

Gisteren trapte ik weer eens in de val mijn eigen stelling veel te positief in te schatten. In de analyse achteraf, waarin ik mijn laatste zet terugnam en me dan nog aanvalskansen toe-dichtte, was mijn tegenstander meedogenloos: ‘zwart staat gewoon beter.’ Beetje kort door de bocht vond ik, maar Stockfish gaf hem volkomen gelijk.

Met Chris Rensink, oud Pionlid en spelend in de strandtent, had ik afgesproken om te gaan eten bij Sonnevanck. We hadden elkaar lang niet gesproken. ‘Hoe is het?’ probeerde Chris het gesprek naturel te openen. Maar dat bleef nog even gesloten. Ik bleek er niet aan toe om te vertellen hoe ik geniet van intervisies en trainingen die ik nog steeds geef, om iets te zeg-gen over hoe we jonge schakertjes bij EsPion aan het opleiden zijn, of over hoe ik onlangs op tafeltennissen ben gegaan en daar twee weken geleden eindelijk mijn favoriete maar on-deugdelijke penhouders greep heb opgegeven.

‘Even down Coolen Chris’ zei ik. De nederlaag zat me duidelijk meer dwars dan ik zelf wist. Misschien moet ik ook maar eens gaan onderzoeken of mijn favoriete aanvallende maar wel-licht ondeugdelijke manier om naar het schaakspel te kijken op de helling moet.

Ens

1647 (1)

Belevenissen van een underdog

Niet alle dagen feest. Tegen een jonge gast stond ik na twee domme zetten in de opening na tien minuten al dik verloren. Toch vond ik het uur daarop steeds weer een ‘verdediging’. Preciezer gezegd: ik slaagde erin iets te vinden wat materiaalverlies wist te voorkomen, maar positioneel was en bleef het bagger. Maar toen even later ook mijn stukken iets actiever werden begon ik toch weer hoop te krijgen. Een gevaarlijk moment. De concentratie mag even verslappen. Nog even het paard van g5 wegjagen en ik kan gaan bouwen…

Niet dus. Boem, onverwachte inslag op c3, overbelasting van de dame en meteen 1-0.

Ik heb er vrede mee, ook in de analyse zag mijn tegenstander tienmaal meer en ook nog eens drie keer sneller de combinaties dan ik het deed. Hij heeft me teruggeduwd in de positie waar ik in deze groep hoor, die van underdog. Maar wat is dat eigenlijk, een underdog?

‘De term komt van origine van een hond die begin 19e eeuw in Engeland gebruikt werd in bakkerijen. De hond bevond zich in een wielrad dat verbonden was aan een blaasbalg die het vuur aanwakkerde. Omdat de ovens van de bakkerijen zich voornamelijk ondergronds bevonden, werd deze hond een ‘underdog’ genoemd. Naarmate de technieken in de bakkerijen zich verbeterden, werden deze honden overbodig en werd het ras niet meer gefokt. Het ras stierf dan ook in de loop der tijd uit. De term underdog kreeg sindsdien andere betekenissen.’

Aldus Wikipedia, waar wel achtergrond wordt gegeven maar nauwelijks duiding. Een beetje zoals ik met dit Blog doe. Morgen vol goede moed verder.

Ens

1647

Belevenissen van een underdog

En weer is het cijfer boven dit Blog veranderd, omdat er ook vandaag een resultaat behaald werd: remise tegen een 78-jarige.

Het was een leuke partij, waarin mijn tegenstander voortdurend dreigingen had over de lange witte diagonaal. Na afloop was ik tevreden, ja zelfs een beetje trots, met hoe ik het er na drie en een half uur toch zonder kleerscheuren afgebracht had. Maar thuisgekomen liet Stockfish me na de boerenkool meedogenloos zien hoe ik opgeknoopt had moeten worden. In het Blad zal ik laten zien hoe.

Die ontluistering achteraf na de computeranalyse gold ook voor de partij van gisteren waarin mijn tegenstander in volkomen gewonnen positie overging tot herhaling van zetten. Het is een opluchting te merken dat er ook in groep 4 veel niet gezien wordt. Ik voel me er thuis.

Mocht ik morgen weer een halfje halen dan is het beter om te gaan schrijven over ‘Belevenissen van een dappere remiseschuiver’. A demain!

Ens

1635

Ervaringen van een underdog

Harrie Boom promoveerde ooit, net als ik, naar groep 4. ‘Doe het daar maar beter dan ik’, raadde hij me aan. Zijn score toen: negen nullen, de variant dus waarin ik na afloop op 1622 zou staan.

Maar zie, het getal boven dit blogje is veranderd. Dat betekent dat er een resultaat behaald is. Mijn tegenstander was een Fransoos van 44 met een Italiaanse achternaam -Gattuso-.

Hij opende scherp, met enige moeite wist ik de zaak te neutraliseren en zelfs licht voordeel te behalen.

De tegenstander liep soms rood aan van de spanning en zijn tijd tikte weg. Ik won twee pionnen, maar toen ik dat voordeel met passief spel wilde behouden wist hij een stelling te fabriceren waarbij ingaan op eeuwig schaak mijn enige optie was.

In Het Blad krijgen jullie een diagram voorgeschoteld waarin je mag proberen of met actiever spel wel een vol punt te scoren geweest was. Ik ben tevreden, al gaat Stockfish daar in een later stadium wellicht nog aan morrelen.

Ens

1622

Van een underdog

Mij wordt de laatste tijd door clubgenoten verweten dat het avontuurlijke er af is, dat ik een voorzichtige schaker ben geworden die voornamelijk fanatiek bezig is met ratingpunten verzamelen dan wel met krampachtig te voorkomen ze te verliezen.

Dat van die ratingpuntenobsessie is waar. Ik heb nu al uitgerekend wat ik aan punten inlever wanneer ik al mijn partijen in de tienkamp verlies. Boven elk verslag zal daarom een getal staan.

We starten met mijn huidige fictieve rating van 1687 verminderd met 65 punten verlies na negen nullen, wat neerkomt op 1622. In groep 4a ben ik, na de promotie van vorig jaar, de risee. Gemiddeld hebben mijn tegenstanders zo’n 140 punten meer, dus verlies komt me niet erg duur te staan. Hen overigens wel.

Het prettige is dat ik tijdens het toernooi alleen maar winnen kan, 1622 is de absolute ondergrens. De absolute bovengrens van 1847 is niet haalbaar, het streven is om weer boven de 1700 te komen.

Of het avontuurlijke er af is mag u straks zelf beoordelen aan de hand van de diagrammen die begin februari in Het Blad zullen verschijnen. Op de website zijn voornamelijk sfeerverslagen te lezen.

Het is vrijdag 19 januari 12.10, het gaat beginnen!

Ens