1672 (1)

Belevenissen van een underdog

Nog steeds rondwarend in het rampjaar en daardoor andermaal gezakt naar de laatste plaats in groep 4A, moet ik noodgedwongen toch weer schrijven vanuit de positie van de underdog, de moedige voornemens van de rustdag ten spijt. Toch echoën de teksten van Stine Jensen nog na, ik leg mijzelf voorlopig na afloop van elke partij langs de meetlaat van de faalmoed.

Ben ik dapper geweest in ronde 7? Wel zeker. Ik liet bewust een massale aanval op mijn koning toe. Het zou me een pion kosten, maar ik vermoedde dat ik die snel terug zou winnen, inclusief een betere stelling. En zo geschiedde. Heb ik gefaald? Als je onnodig een paardvorkje toelaat die je een kwaliteit kost, ja dan heb je gefaald. Was ik moedig? Als ik het daarna mijn tegenstander toch nog twee uur flink moeilijk heb gemaakt, dan mag je van moed spreken.

Sceptici zullen zeggen dat het pure wanhoop was die mijn motor nog twee uur aan de praat hield, dat het een bokkig ontkennen was van een trieste werkelijkheid, dat het slechts water naar Wijk aan Zee dragen was, dat ik acceptatie eindelijk eens in mijn woordenboek op moet nemen. Mijn weerwoord is simpel: aan sceptici is een begrip als faalmoed niet besteed.

Met een wiskundige kan je nog inhoudelijk spreken over de eenzaamheid van de priemgetallen, met een atheïst kan je wijsgerig schaatsen op Godgeleerd ijs, met een politicus moeizaam -maar toch- over het in formatie vliegen van Canadese rotganzen. Maar met een scepticus valt niet te praten, of je moet Plato heten.

Het wordt tijd deze aflevering van het Blog af te ronden. Ik begin uit de bocht te vliegen merken jullie, mijn betoog wordt warrig. Dat is wat continu schaken met je doet. Nog twee rondes dan is het voorbij. Maar wel twee rondes waarin er nog glorieus gefaald mag worden. Ik ga mijn best doen!

Ens

Geef een reactie:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.