Alle berichten van Henk Enserink

Hakblok

Andermaal een verslag vooraf. Want voor een underdog is voorbeschouwen aantrekkelijker dan nabeschouwen, zo ondervond ik gisteren. Rampen hebben zich nog niet voltrokken, de handdoek na drie uur spartelen nog niet geworpen, hoop is nog springlevend.

Dat laatste geldt ook Sinner en Medvedev die zich nu -zondagochtend 9 uur- beiden nog winnaar kunnen wanen van de Australian Open, een grandslam dat onlosmakelijk verbonden is met het spelen in Wijk aan Zee.

Ik heb gezien hoe Medvedev in die finale kwam, namelijk door een tegenstander met meer talent uit te schakelen. Dat is een constatering die mij als underdog hoopvol stemt. Zverev is de man van de geniale oprispingen, de fantastische cross-passing, Medvedev slaat zo ongeveer alle ballen door het midden terug. Degelijk, maar oersaai.

Wanneer je als schaker aan hem een voorbeeld neemt dan neutraliseer je kundig alle dreigingen, wachtend op het moment dat de tegenstander zich -murw gedacht- vergaloppeert.

Zou ik het kunnen, schaken zoals Medvedev tennist? Het antwoord is een ondubbelzinnig nee. Maar zou ik het toch moeten proberen? Zou ik dat willen?

Als je verder wilt komen in een sport horen daar offers bij, maar mijn reputatie op het hakblok leggen gaat wel ver. Toch leg ik de vraag voor aan Stine Jensen, de filosofe die me bruikbare inzichten gegeven heeft met haar beschouwingen over faalmoed. Ze antwoord in de vorm van een wedervraag.

‘Mocht het iets opleveren Henk, ben jij het dan nog wel die dat resultaat boekt, want is het ook niet je identiteit die je op het hakblok hebt gelegd?’ kijk, dat is nog eens wat anders dan de bal door het midden terugslaan.

De eerste set van de heren kan ik zo meteen nog kijken. Ik zal als gedachtenexperiment oprecht proberen het tennis van Medvedev te omarmen en al het moois van Sinner weg te zetten als aanstellerige frivoliteit. Maar erg hoopvol ben ik niet. Mijn gedachtenexperimenten tot nu toe hebben me namelijk slechts twee schamele punten opgeleverd. De enige zekerheid die ik heb, ongeacht het resultaat van de laatste partij, is een omarming van mijn vrouw bij thuiskomst.

De aller allerlaatste aflevering van deze serie Blogs zal uiterst kort zijn, ik zal na afloop van ronde negen volstaan met een getal dat bestaat uit vier cijfers, dan weten de vaste volgers genoeg over het resultaat.

Ens

Gênant

Omdat ik vanavond graag een keertje vrij wil zijn van het schrijven van een Blog, krijgen jullie het verslag van ronde acht al in het voren. Kan dat? We zullen zien. Het verloop van mijn partijen is na zeven eerdere rondes redelijk voorspelbaar geworden. Dus ik vermoed dat er weinig onwaars te lezen zal zijn. De toekomst leid ik in met een gebeurtenis uit het recente verleden.

Gisteren at ik met Harrie en Frank in het Strandhuis. Harrie vertelde dat hij eerder die week daar ook al een keer te gast geweest was. ‘Het was toen een gênante vertoning’ begon onze secretaris. We hoefden niet door te vragen, het verhaal kwam er vanzelf uit. ‘Ik wilde afrekenen en toen: bliep bliep.’ Vragend keken wij hem aan. Bliep bliep?

‘Geen saldo’ verduidelijkte Harrie. Gênant inderdaad. ‘En toen?’

Harrie had nog iets van contanten bij zich en een betrouwbaar voorkomen, dus de rest mocht hij de volgende dag afrekenen. Hij had natuurlijk ook het ijverige Poolse meisje dat ons bediende kunnen helpen bij de afwas, maar ik weet niet of zij die avond ook dienst had.

Gênant is ook het eerste woord wat bij me opkomt bij de partij die ik vanmiddag spelen ga. Vol vertrouwen zal ik er aan beginnen. En op een cruciaal moment wanneer ik een beroep wil doen op mijn basisschaakkennis: bliep bliep. Geen saldo!

Een betrouwbaar voorkomen zal me niet baten, het is te vroeg voor de afwas en te laat voor de Poolse verdediging. Morgen de rekening alsnog vereffenen is natuurlijk niet aan de orde.

Wat mij rest is om te proberen mijn tegenstander nog wat complimenten te ontfutselen over mijn gedurfde spel, om op zoek te gaan naar een moment in de partij waarin ik gewonnen stond of had kunnen staan en daarna deemoedig het hoofd te buigen, om het zondag weer fris op te richten voor de laatste krachtproef.

De enige hoop op een ander resultaat in ronde acht is dat ergens in de partij -en liefst op een eerder moment- mijn tegenstander bankroet gaat: Bliep bliep! Harrie wil ik op de valreep meegeven dat dit ook een mooi geluid kan zijn! Maar gênant is het wel om door een blunder van de tegenstander te winnen.

Ens

1672 (1)

Belevenissen van een underdog

Nog steeds rondwarend in het rampjaar en daardoor andermaal gezakt naar de laatste plaats in groep 4A, moet ik noodgedwongen toch weer schrijven vanuit de positie van de underdog, de moedige voornemens van de rustdag ten spijt. Toch echoën de teksten van Stine Jensen nog na, ik leg mijzelf voorlopig na afloop van elke partij langs de meetlaat van de faalmoed.

Ben ik dapper geweest in ronde 7? Wel zeker. Ik liet bewust een massale aanval op mijn koning toe. Het zou me een pion kosten, maar ik vermoedde dat ik die snel terug zou winnen, inclusief een betere stelling. En zo geschiedde. Heb ik gefaald? Als je onnodig een paardvorkje toelaat die je een kwaliteit kost, ja dan heb je gefaald. Was ik moedig? Als ik het daarna mijn tegenstander toch nog twee uur flink moeilijk heb gemaakt, dan mag je van moed spreken.

Sceptici zullen zeggen dat het pure wanhoop was die mijn motor nog twee uur aan de praat hield, dat het een bokkig ontkennen was van een trieste werkelijkheid, dat het slechts water naar Wijk aan Zee dragen was, dat ik acceptatie eindelijk eens in mijn woordenboek op moet nemen. Mijn weerwoord is simpel: aan sceptici is een begrip als faalmoed niet besteed.

Met een wiskundige kan je nog inhoudelijk spreken over de eenzaamheid van de priemgetallen, met een atheïst kan je wijsgerig schaatsen op Godgeleerd ijs, met een politicus moeizaam -maar toch- over het in formatie vliegen van Canadese rotganzen. Maar met een scepticus valt niet te praten, of je moet Plato heten.

Het wordt tijd deze aflevering van het Blog af te ronden. Ik begin uit de bocht te vliegen merken jullie, mijn betoog wordt warrig. Dat is wat continu schaken met je doet. Nog twee rondes dan is het voorbij. Maar wel twee rondes waarin er nog glorieus gefaald mag worden. Ik ga mijn best doen!

Ens

Mislukkingen

Op de rustdag las ik in de trein een boek van Stine Jensen, een filosofische verhandeling over faalmoed. Ik ben nog niet verder gekomen dan het inleidende hoofdstuk, maar daar zijn dingen over te delen die ook voor een schaker waardevol kunnen zijn.

Een wetenschapper heeft bedacht dat als tegenwicht tegen onze prestatiemaatschappij het een goed idee is om je mislukkingen publiekelijk te maken. Hij stelde een cv op van zijn grootste mislukkingen, banen die hij misliep, prijzen die aan zijn neus voorbijgingen, huwelijken die door zijn toedoen spaak liepen, dromen die hij om zeep geholpen had, tranen die hij had doen vloeien. Wonderlijk genoeg oogstte hij met dit cv veel lof, meer dan met zijn hele wetenschappelijke carrière. Door op te schrijven wat een kluns hij is werd hij door iedereen plotseling massaal omarmd. Het zij hem gegund, maar als verschijnsel begint de zaak precies daar voor mij toch te wringen. Het was op een onverwachte manier ook confronterend voor mij, maar hoe precies wist ik niet meteen.

Maar naar buiten starend, waar in een flauw zonnetje de Gelderse landschappen voorbijgleden zag ik plotseling, weerkaatst door de uiterst smerige ramen mezelf zitten, zag ik hoe ik hetzelfde deed als die wetenschapper en zag ik mezelf opeens niet meer zitten.

Want met mislukkingen lof oogsten, eigenlijk is dat waar iemand die dagelijks een blog schrijft over zijn ervaringen als underdog ook op uit is. Hoe wanhopiger de pogingen, hoe meer sympathie. Ik exploiteer met mijn schrijfsels de wanhoop. Dat staat me niet fraai, het is zelfs ronduit laf.

Om die reden heb ik besloten om in de laatste drie ronden een andere gedaante aan te nemen, namelijk die van de faalmoedige. Ik ga de moed vinden om hoog van de toren mijn tegenstanders omver te blazen. Mijn winst woensdag op de koploper geeft daar alle aanleiding toe. Mijn Blog zal voortaan als titel hebben: resultaten van een moedige man. Ik zet vanaf ronde zes in op de hoon, heb genoeg van alle omarmingen. Tot morgen!

Ens

1672

Belevenissen van een underdog

Wat is het verschil tussen een loser en een underdog? Ik haal nog een keer Wikipedia van stal: een underdog kan doorgaans op sympathie rekenen.

Drie dagen lang was ik een loser. Maar vandaag kon ik bij voorbaat op sympathie rekenen, ik speelde tegen de koploper met zwart, ook dat dat nog, en de overige groepsleden zien graag dat die koploper wat afgesnoept wordt. Aan mij de eer.

Lastige pot, de tegenstander dreigde met een paard binnen te komen op e6, gesteund door een pion op d5. Dat zou winnend moeten zijn. Ik zag wel vage aanvalskansen, precies op het moment dat Chris Alberti, Peter de Heer en Johan de Lange met zorgelijke blik mijn stelling monsterden. Dat zou me minstens een kwaliteit kosten, want ik had een Toren op f8 en een Dame op d8.

Kwaliteitsverlies was me nog niet genoeg, ik overwoog zelf een kwaliteit er bovenop te offeren, zeker voor het oog van het Pion-publiek, waartegenover ik een reputatie heb hoog te houden. Maar na ruim een half uur denken veranderde ik toch van plan en speelde het uiterst rustige Df6. Tot mijn verbazing speelde de tegenstander vervolgens zijn paard niet naar e6, maar hij sloeg mijn gevaarlijke loper er mee af.

Het is waarschijnlijk niet meer te volgen, maar in het  Blad dat in februari uitkomt zal ik mijn overmoed met een diagram illustreren. Een klein tussenzetje, overzien door mijn tegenstander, maakte dat ik opeens goed kwam te staan, zelfs een kwaliteit voorkwam, waarna de stelling rustig naar winst gevoerd kon worden.

Wel jammer dat ik nu van de laatste plaats af ben, er waren immers vijf ronden voor nodig geweest om daar te komen. Morgen rustdag, daarna zijn er nog ruime kansen op drie nullen, waarmee de laatste plaats veilig gesteld kan worden. Moet lukken, want met 1672 zijn we intussen bij het rampjaar uit onze vaderlandse geschiedenis aanbeland.

Ens

1647 (3)

Belevenissen van een underdog

Het goede nieuws is dat ik vandaag eindelijk weer eens gewonnen heb gestaan, het slechte laat zich raden. Het werd een zeer bijzondere middag.

Ik speelde tegen een naamgenoot. Maar zijn ouders hadden er beter aan gedaan hem Pietje te noemen, want oh oh oh, wat was deze man precies. Het begon meteen al bij het rechtzetten van de stukken: Henk nam ook de mijne voor zijn rekening. Ook in de partij zat hij geregeld aan mijn stukken om ze nog centraler op de velden te plaatsen. Dat gebeurde zo vaak dat ik Henk lichtelijk geïrriteerd voorstelde dat hij mijn zetten ook maar ter hand zou nemen.

Het was bedoeld als een geintje, maar pietje precies vond het een goede optie. Dus vroegen we toestemming aan scheidrechter Bert, die even daarvoor in het zonnetje gezet was met zijn 88 jaar. Bert was nog in feeststemming, dus welwillend. En zo voerde Henk vanaf toen alle zetten op het bord uit, een beetje zoals het gaat wanneer je met een blinde schaakt. Nee, niet inkoppen deze voorzet svp.

Of het daardoor kwam weet ik niet, maar mijn stelling knapte er zienderogen van op, zodanig dat ik gewonnen kwam te staan met Henk ook nog eens in hoge tijdnood. Want voor zijn dubbel aantal uit te voeren zetten had Bert extra tijd namelijk niet nodig gevonden.

Pietje precies kreunde als hij zelf mindere zetten deed, maar het moet gezegd, toen hij vlak voor de tijdcontrole met een enkele zet mijn stelling aan gort sloeg, deed hem dat zichtbaar pijn. Bijna verontschuldigend voerde hij hem uit. Het pleit voor deze Henk.

We analyseerden nog wat in de Moriaan, een vriend van hem kwam erbij zitten. Ik kreeg van Henk complimenten over mijn soms verrassende keuzes. We dronken een biertje.

‘Is dat niet iets voor jou Henk? Wij organiseren met een groep vrienden elk jaar in oktober/november een schaaktoernooi in Portugal.’ Ik was aangenaam verrast, maar aarzelde. ‘Manuel Bosboom komt ook.’ Ik was om.

Zo liep een mooie schaakmiddag ten einde. Morgen ronde zes al weer.

Ens

1647 (2)

Belevenissen van een underdog

Bijna ben ik op de ranglijst aanbeland op de plek waar een underdog thuishoort: de laatste.

Na twee remises volgden er twee kansloze nullen. Twee aansluitende eentjes zouden een mooi symmetrisch beeld opleveren. Maar ja…

Gisteren trapte ik weer eens in de val mijn eigen stelling veel te positief in te schatten. In de analyse achteraf, waarin ik mijn laatste zet terugnam en me dan nog aanvalskansen toe-dichtte, was mijn tegenstander meedogenloos: ‘zwart staat gewoon beter.’ Beetje kort door de bocht vond ik, maar Stockfish gaf hem volkomen gelijk.

Met Chris Rensink, oud Pionlid en spelend in de strandtent, had ik afgesproken om te gaan eten bij Sonnevanck. We hadden elkaar lang niet gesproken. ‘Hoe is het?’ probeerde Chris het gesprek naturel te openen. Maar dat bleef nog even gesloten. Ik bleek er niet aan toe om te vertellen hoe ik geniet van intervisies en trainingen die ik nog steeds geef, om iets te zeg-gen over hoe we jonge schakertjes bij EsPion aan het opleiden zijn, of over hoe ik onlangs op tafeltennissen ben gegaan en daar twee weken geleden eindelijk mijn favoriete maar on-deugdelijke penhouders greep heb opgegeven.

‘Even down Coolen Chris’ zei ik. De nederlaag zat me duidelijk meer dwars dan ik zelf wist. Misschien moet ik ook maar eens gaan onderzoeken of mijn favoriete aanvallende maar wel-licht ondeugdelijke manier om naar het schaakspel te kijken op de helling moet.

Ens

1647 (1)

Belevenissen van een underdog

Niet alle dagen feest. Tegen een jonge gast stond ik na twee domme zetten in de opening na tien minuten al dik verloren. Toch vond ik het uur daarop steeds weer een ‘verdediging’. Preciezer gezegd: ik slaagde erin iets te vinden wat materiaalverlies wist te voorkomen, maar positioneel was en bleef het bagger. Maar toen even later ook mijn stukken iets actiever werden begon ik toch weer hoop te krijgen. Een gevaarlijk moment. De concentratie mag even verslappen. Nog even het paard van g5 wegjagen en ik kan gaan bouwen…

Niet dus. Boem, onverwachte inslag op c3, overbelasting van de dame en meteen 1-0.

Ik heb er vrede mee, ook in de analyse zag mijn tegenstander tienmaal meer en ook nog eens drie keer sneller de combinaties dan ik het deed. Hij heeft me teruggeduwd in de positie waar ik in deze groep hoor, die van underdog. Maar wat is dat eigenlijk, een underdog?

‘De term komt van origine van een hond die begin 19e eeuw in Engeland gebruikt werd in bakkerijen. De hond bevond zich in een wielrad dat verbonden was aan een blaasbalg die het vuur aanwakkerde. Omdat de ovens van de bakkerijen zich voornamelijk ondergronds bevonden, werd deze hond een ‘underdog’ genoemd. Naarmate de technieken in de bakkerijen zich verbeterden, werden deze honden overbodig en werd het ras niet meer gefokt. Het ras stierf dan ook in de loop der tijd uit. De term underdog kreeg sindsdien andere betekenissen.’

Aldus Wikipedia, waar wel achtergrond wordt gegeven maar nauwelijks duiding. Een beetje zoals ik met dit Blog doe. Morgen vol goede moed verder.

Ens

1647

Belevenissen van een underdog

En weer is het cijfer boven dit Blog veranderd, omdat er ook vandaag een resultaat behaald werd: remise tegen een 78-jarige.

Het was een leuke partij, waarin mijn tegenstander voortdurend dreigingen had over de lange witte diagonaal. Na afloop was ik tevreden, ja zelfs een beetje trots, met hoe ik het er na drie en een half uur toch zonder kleerscheuren afgebracht had. Maar thuisgekomen liet Stockfish me na de boerenkool meedogenloos zien hoe ik opgeknoopt had moeten worden. In het Blad zal ik laten zien hoe.

Die ontluistering achteraf na de computeranalyse gold ook voor de partij van gisteren waarin mijn tegenstander in volkomen gewonnen positie overging tot herhaling van zetten. Het is een opluchting te merken dat er ook in groep 4 veel niet gezien wordt. Ik voel me er thuis.

Mocht ik morgen weer een halfje halen dan is het beter om te gaan schrijven over ‘Belevenissen van een dappere remiseschuiver’. A demain!

Ens

1635

Ervaringen van een underdog

Harrie Boom promoveerde ooit, net als ik, naar groep 4. ‘Doe het daar maar beter dan ik’, raadde hij me aan. Zijn score toen: negen nullen, de variant dus waarin ik na afloop op 1622 zou staan.

Maar zie, het getal boven dit blogje is veranderd. Dat betekent dat er een resultaat behaald is. Mijn tegenstander was een Fransoos van 44 met een Italiaanse achternaam -Gattuso-.

Hij opende scherp, met enige moeite wist ik de zaak te neutraliseren en zelfs licht voordeel te behalen.

De tegenstander liep soms rood aan van de spanning en zijn tijd tikte weg. Ik won twee pionnen, maar toen ik dat voordeel met passief spel wilde behouden wist hij een stelling te fabriceren waarbij ingaan op eeuwig schaak mijn enige optie was.

In Het Blad krijgen jullie een diagram voorgeschoteld waarin je mag proberen of met actiever spel wel een vol punt te scoren geweest was. Ik ben tevreden, al gaat Stockfish daar in een later stadium wellicht nog aan morrelen.

Ens

1622

Van een underdog

Mij wordt de laatste tijd door clubgenoten verweten dat het avontuurlijke er af is, dat ik een voorzichtige schaker ben geworden die voornamelijk fanatiek bezig is met ratingpunten verzamelen dan wel met krampachtig te voorkomen ze te verliezen.

Dat van die ratingpuntenobsessie is waar. Ik heb nu al uitgerekend wat ik aan punten inlever wanneer ik al mijn partijen in de tienkamp verlies. Boven elk verslag zal daarom een getal staan.

We starten met mijn huidige fictieve rating van 1687 verminderd met 65 punten verlies na negen nullen, wat neerkomt op 1622. In groep 4a ben ik, na de promotie van vorig jaar, de risee. Gemiddeld hebben mijn tegenstanders zo’n 140 punten meer, dus verlies komt me niet erg duur te staan. Hen overigens wel.

Het prettige is dat ik tijdens het toernooi alleen maar winnen kan, 1622 is de absolute ondergrens. De absolute bovengrens van 1847 is niet haalbaar, het streven is om weer boven de 1700 te komen.

Of het avontuurlijke er af is mag u straks zelf beoordelen aan de hand van de diagrammen die begin februari in Het Blad zullen verschijnen. Op de website zijn voornamelijk sfeerverslagen te lezen.

Het is vrijdag 19 januari 12.10, het gaat beginnen!

Ens

Brugse Meesters #7: Waaivuil

De Belgen gebruiken soms woorden die voor ons wat kinderlijk klinken, zoals b.v. waaivuil. Wat dat is? Het stond geschreven op een vuilniswagen die in het drukke centrum van Brugge enorme hoeveelheden papier en karton ophaalt. De tekst is een aansporing om het spul goed bijeengebonden aan te bieden. Waaivuil is iets dat onnodig is schrijft de gemeente.Wij veren op, Roland en ik zijn de afgelopen week meesters geworden in ‘onnodig’ en zijn in voor alle tips. Uit het niets halve of hele punten weggeven, het ging ons veel te gemakkelijk af.

Ook buiten de schaakscene deden we domme dingen, zoals onnodig met een volle blaas de lange, lange weg naar huis lopen. Het bos bood uitkomst. Ook onnodig was mijn angst dat mijn laptop het begeven had, omdat er alleen nog vaag te onderscheiden beelden op het scherm verschenen. Ik was bang dat vocht en vuil van de camping zich hadden ingevreten. Verkeerde analyse. Tegen de zon inkijkend op de camping had ik blijkbaar de helderheidknopjes beroerd. Een paar tikjes op f2, van het toetsenbord wel te verstaan, en alles werkte weer.

Waar de helderheid het ook af liet weten liet was in de speelzaal en niet alleen bij mij. Donderdag was dit de slotstelling waarin mijn tegenstander, in lichte tijdnood, remise aanbood.

Onnodig lijkt me. Waarom bracht hij zijn machtige centrum niet in beweging? Ik vroeg hem voor de zekerheid zijn remise bod te noteren op het formulier en dacht voor de vorm nog acht minuten na.

Op de laatste dag speelde ik tegen een Nederlander die haast had, een trein wilde halen of zoiets. Hij offerde een stuk, na lang nadenken nam ik het aan en even later offerde ik even vrolijk een stuk terug wat hij even zo vrolijk langdurig weigerde. Gekke pot.

Hoe ik later de partij weggaf door hier de verklootzet Pf6 te spelen, daar is het o woord zeker op van toepassing. Als ik f6 speel is de waardering -6, na Pf6 duikel ik direct naar +4.

Nog iets onnodigs, de opschudding die we hebben doen ontstaan over de West-Vlaming. Minstens tien keer zijn we langs de gezondheidswinkel gelopen die de stelling onderbouwt dat deze bevolkingsgroep te veel masturbeert. Bij de 11e keer worden wij door Hester, die een dagje ons gezelschap houdt, er op gewezen de er niet masturbeert maar musterbeert staat. Wat dat dan weer is? Niet zo moeilijk eigenlijk. Het is dat je te veel moet van jezelf, dat je te jezelf veel druk oplegt. Hier bekennen we schuld, zijn wij niet allen West Vlamingen?

Eerlijk gezegd viel ons de opschudding wat tegen, een fraaie quote van Pelleboer mocht genoteerd worden, met een tekst waarin hij het onderwerp subtiel aan ons als schakers koppelt. schaken is jezelf met de hand een plezier doen. Mijn vrouw Erna deed ook een duit in het zakje en wees me op het motto dat prominent te lezen is op onze website, afkomstig uit de koker van Jaap de Kreek: schaken dat het ’n lust is. ‘Wat zou zo’n aantijging je dan nog kunnen schelen’ zegt ze. Het is ons trouwens duidelijk dat om onduidelijke redenen niemand de test gemaakt heeft, anders waren wij wel eerder gecorrigeerd.

Het lachen op de volgende foto is ook volkomen onnodig, het verging ons snel.


Onnodig, maar wel leuk, die foto als aandenken aan een mooi schaak/kampeer avontuur. We hebben vrienden gemaakt, zoals de Egyptenaar die ons toezegde dat iedereen die het codewoord kent volgend jaar bij de Brugse meesters een gratis salade bij hem op kan halen bij restaurant Roopoorte, Vlamingstraat 36 in Brugge. Vrienden zoals de schilderes die langsliep toen in de avond een gaslamp schaduwen over onze gezichten en de schaakstukken liet vallen die haar welgevallig waren. Zoals de Nepalees Anish, waar Roland dagelijks onze blikjes cola zero kocht. En zelf ben ik onverwacht vrienden geworden met Wim Kayzer, u weet wel die man van de mooie diepte interviews drie decennia geleden bij de VPRO. Ja, ook de man van dat lapje voor zijn linker oog. Terwijl Roland de jazzplaten en -cd’s besnuffelde stuitte ik op een vuistdikke roman van Kayzer: de waarnemer. Na amper drie minuten bladeren had ik al vier zinnen gelezen waar ik aan bleef haken, zoals de volgende: ‘de man achter de tap was aardig, maar ook niet meer dan dat.’

Zo hebben we culturen, zuilen en afstanden overbrugd, 14 duizend stappen per dag gedaan maar helaas ook een paar stappen terug op de Fide en KNSB ratinglijst. De neerwaartse curve is onontkoombaar. ‘Als we tijd van leven hebben halen we de grens van1400 Elo’ probeer ik de kwestie tegendraads te benaderen. ‘Niet te snel dalen dan maar’ reageert Roland. Ik ben inmiddels thuis. Nog een koffietje en dan duik ik onder de wol om al onze avonturen te laten bezinken. Het was ons een genoegen ze met jullie te delen.

Ens

Naschrift 1: De codewoorden voor de gratis salades worden verstrekt aan iedereen die ons komend seizoen in de interne competitie helpt om zo traag mogelijk richting de 1400 te bewegen.

Naschrift 2: Gisteren werd duidelijk dat verklootfase bij Nederlandse atleten zich aandient kort voor de finish, waardoor Hassan en Bol ons in dramatische wendingen ruim naar de kroon steken. Wij daarentegen zijn de betere lopers, wij vallen niet.

Brugse meesters #6: sol y sombra

Woensdag, een dag die voor ons verrassend zou verlopen, begon in een kledingwinkel, hier vlak bij de camping. Ik had weinig aspiraties op dit gebied, maar Roland was toe aan een nieuwe korte broek. Hij scoorde een hagelwit overhemd en ik zowaar die korte broek.

We liepen voor de zoveelste keer over de hinderlijk schuin aflopende trottoirs van de eindeloze N9 naar de speelzaal. De zon scheen al fel. ‘Zullen we aan de overkant in de schaduw gaan lopen’ stelde ik voor. ‘Ken jij dat liedje van de sunny site of the street?’ Ik kende het vaag en wachtte op de uiteenzetting die komen zou.‘ In Amerika wordt de sunny site niet gezien als de meest aanlokkelijke kant van de straat.’ Ik dacht na over hoe omgevingsgevoelig woorden zijn. ‘Wanneer zal de beschrijving dat ze een zonnig karakter heeft niet langer als een aanbeveling klinken’ dacht ik hardop. Waarop Roland vroeg of ik wist wat een regenwaterhoofd was. Zo associatief gaan vaak onze gesprekken. Is het een wonder dat er weinig ruimte overblijft voor originele gedachten achter het schaakbord

Maar woensdag zou alles anders worden, ook al waren de voortekenen ongunstig. Het zwarte overhemd van Roland werd door ons aanvankelijk onopgemerkt besmeurd door vogelpoep, dus het nieuwe hemd kon meteen aan de bak. Henk had al dagenlang een te grote broek aangetrokken, maar arriveerde ditmaal in iets dat hem gegoten zat.

We hadden beiden contactuele, leuke tegenstanders, ook nog nadat we ze verslagen hadden. Allessandro hamerde er in de analyse voortdurend op dat wat ik deed niet goed was, dat de theorie iets anders voorschreef en dat hij overwegend stond door de grotere activiteit van zijn stukken. Ik keek hem geamuseerd aan. ‘Je hebt het niet kunnen bewijzen’, zei ik. Hij kon het gelukkig hebben. Een toernooi kan niet zonder goede verliezers.

Roland keek toe bij onze analyse, hij was al een uur klaar. We moesten de bespiegelingen met de Italiaan afbreken omdat we met Hester en een vriendin van de familie om 19.30 uur bij een restaurantje hadden afgesproken.

Daar zaten we aan kleine ronde tafeltjes aan een boomloze straat, pal naast een gelegenheid die sol y sombra heette. Mijn explicateur vertelde dat als je in Spanje naar het stierenvechten gaat dat de vraag van de kaartjesverkoper steevast is: sol y sombra? Wilt u zon of schaduw? Het gepeupel wordt verbannen naar de goedkope plaatsen in de zon, de elite hult zich in schaduw. Weer datzelfde thema, de dag was rond voor mij. Het werd nog een genoeglijk etentje met z’n vieren. De nasmaak van de overwinningen zal daar vast ook aan bijgedragen hebben.

Met de winst van woensdag zijn we weer een beetje onder de mensen. We hebben zelf gekeken of er nog kans is op ratingprijzen. Vandaag proberen die hoop levend te houden.

Ens

Brugse Meesters #5: Woordzoeker

De trend zet door. Dinsdag scoorden Roland en ik uit 3 partijen slechts 1 schamel punt, Brugse prutsers dat we zijn. We verloren van (bijna)1600 spelers, wat Johan deed opmerken dat het toch wel rust geven moest dat Henk niet voor de groep tot 1800 gekozen had. Onze extern wedstrijdleider weet hoe je iemand een hart onder de riem steken moet.

In mijn ochtendpartij ging het al snel mis, was ik blijkbaar nog niet goed wakker. Laat ik het daar maar op houden.

In bovenstaande stelling speelde ik in plaats van iets zinnigs met de aangevallen loper te doen onnadenkend d6. Het leverde me een dubbelpion en een slechte stelling op. Mijn eerste gedachte was dat het verklootmoment vandaag wel erg vroeg in de partij kwam. Maar die gedachte verwierp ik snel. Je kunt iets pas verkloten als je het daarvoor goed gedaan hebt. Daar was absoluut geen sprake van geweest. Het is leuk om nieuwe woorden te leren Henk, maar je moet ze natuurlijk wel correct gebruiken.

Ik leer deze week veel nieuwe woorden, Roland reikt ze me met regelmaat aan. Epateren, ik kende het woord niet. Als de lezer zelf ook wijzer worden wil kan de betekenis opgezocht worden. Als ik opmerk dat onze Italiaanse buurman enorm ordelijk zijn tentgebeuren organiseert zegt Roland: hij is meticuleus. Als we het woord opzoeken blijken er minsten twintig synoniemen nodig om in de buurt te komen van een betekenis. Een belabberd woord dus, je kan er alle kanten mee op. Je kan het evengoed een rijk woord noemen, omdat het zich moeilijk vangen laat. Kwestie van smaak, hier op de camping verschillen ze. Terug naar de partij. Mijn tweede gedachte na de blunder was een even arrogante als domme: nou is die 1600 speler wel mooi uit zijn theorie. Hij had daar aanmerkelijk minder last van dan ik, won een pion en na vier uur de partij. Wel een leuke partij en dito tegenstander. Ik kon er mee leven.

Roland speelde in de middag tegen een bleek, klein ogend jongetje dat nauwelijks naar zijn bord keek. Hij had de stelling blijkbaar scherp genoeg in zijn hoofd om varianten te berekenen. Roland werd verrast in zijn favoriete opening, het London system, wat een prestatie op zich is. Toch bereikte Roland een eindspel met ongelijke lopers, dus een halfje lag voor het oprapen. Op wat hij toen deed was verkloten wel van toepassing, hij verloor ‘kinderlijk’. Wat kan je doen om zoiets te verwerken? Een half uur glazig voor je uitstaren over je Blonden Os heen is een passend begin. Daarna moet je kiezen. Je denk aan eerdere (onverdiende) successen die je geboekt hebt of je denkt aan groter wereldleed. En dan hopen maar dat de slaap weer komen wil. Of als dat niet lukt kan je de volgende dag epaterend de bas bespelen. (zie foto)

Zelf had ik een uur voor dit debacle mijn tweede punt laten bijschrijven. Tegen een oudere Belg die vroeger veel beter geweest moet zijn als ik het afmeet aan sommige zetten die hij deed. Ik dronk, om de tijd te doden en Roland niet te veel op de vingers te kijken, een pilsje bij de bar in gezelschap van de fameuze Kevin de Bruyne (zie foto) en was maar juist op tijd terug in de speelzaal om het einde van de partij mee te maken. Het jongetje oogde verbaasd toen Roland sportief opgaf.

Het houdt allemaal niet over voor ons dit toernooi. Of de stemming eronder lijdt? Daar moeten we nog een passend woord voor vinden. Bij de uitgang van de speelzaal stond zowaar onze Egyptenaar. Hij stopte ons met een knipoog twee salades toe. Hulp komt soms uit een onverwachte hoek. Het gaf mij de kracht om eindelijk eens een potje voor ons te koken op de camping.

Ens

Brugse Meesters #4: De Verklootfase

Maandag gingen Roland en ik beiden onderuit. Zelf speelde ik tegen Astrid Barbier, die zo moedig was om mijn e4 te beantwoorden met e5 en dus niet haar gebruikelijke Siciliaan op het bord te brengen. Misschien was het ook wel arrogant, dacht ze:’ laat ik tegen zo’n 1700 speler eens een nieuwe opening uitproberen.’ Over de eerste vijf zetten deed ze ruim drie kwartier. Niet bepaald goed. Want ruim drie uur later stond de volgende stelling op het bord, met wit aan zet:

Ik dacht hier comfortabel te staan. Toen ik na vier uur toch moest capituleren ondertekende ik teleurgesteld en verhit het wedstrijdformulier. Met Roland, die iets eerder van een nors dikkig jongetje verloren had dronk ik een biertje om af te koelen. Uit mijn ooghoek zag ik dat Astrid tien meter verderop met haar trainer – ze is Fidemeester en behoort tot de Belgische top tien – onze partij aan het naspelen was. We gingen erbij staan, werden getolereerd maar meer ook niet. Van hun analyse leerde ik dat winst sowieso niet in het geding was voor mij. Dat hielp, ik had niet een heel punt maar een half punt te grabbel gegooid.

Maar de grote winst van het luisteren naar hun analyse was een woord dat de zuiderburen ons aanreikten. ‘Nu begint de verklootfase’ nam de trainer Astrid mee in zijn gedachtegang. De verklootfase, uiterst vervelend om daarin te geraken maar geweldig om daar een woord voor te hebben. Ergens een goed woord voor hebben, het helpt mij altijd enorm. Ik ga het hopelijk niet te vaak gebruiken, maar toch. ‘Effe niet tegen me te praten, ik zit midden in een verklootfase.’ Het woord bekt ook lekker.

Veel zin om zoals beloofd op de camping te gaan koken had ik niet. Roland had daar begrip voor dus gingen we op zoek naar een leuk restaurantje. Maar ja, maandagavond, veel was er gesloten. En om weer bij de Egyptenaar naar binnen te gaan die enthousiast op Roland afliep? Nee, geen zin in salade vandaag. Contouren van een niet zo’n prettige fase van ons eetgebeuren doemden op. Maar veertienduizend stappen na het vertrek die ochtend was er gelukkig toch nog een eettent open: een take-away waar je ook zitten kon, op nauwelijks tien minuten lopen van onze camping. Het smaakte ons prima, alleen verklootte ik door spaghetti bolognaise te morsen mijn favoriete korte broek. Gelukkig had ik daar nu woorden voor. Dinsdag is weer een dubbelrondige voor mij, Roland neemt de ochtend vrij.

Wordt vervolgd.

Ens

Brugse Meesters #3: Inleiding op een antwoord

Diagrammen beloofd, hier komen ze. Er waren drie partijen om uit te kiezen. Terwijl Roland op de camping het huishouden deed drukte om 10.00u Peter Degrieck (1411) mijn klok in. Net als zaterdag een kloof van 300 punten om te overbruggen, maar ditmaal in mijn voordeel. Mijn broer uit Nieuwvliet kwam kijken precies toen deze stelling op het bord kwam.

Zwart heeft zojuist Tc5 gespeeld. Het leek me leuk mijn broer iets moois voor te schotelen, ik besloot de Dame in te laten staan en speelde brutaal Txd6. Leuk, ook al ziet Stockfish veel betere zetten. Na enig nadenken reageerde zwart met Dc7. Nog een keer probeerde ik mijn broer de stuipen op het lijf te jagen met het Dame offer Df6!. Maar zowel hij als mijn tegenstander zagen dat nemen niet kon wegens spoedig mat. Complimenten voor beiden.

Dan Roland, die speelde met zwart tegen een 1900 man. Had het lastig, stond achter in tijd en in waardering (+5). Maar de kansen keerden. Beide spelers kwamen in vliegende tijdnood en in onderstaande stelling bood Roland in deze stelling remise aan.

Zijn tegenstander dacht nog 30 seconden na en accepteerde hoofdschuddend. De sacherijn droop ervan af, hij liet Roland alleen de stukken opruimen en er kwam geen woord meer over zijn lippen, het minzame knikje kwam uit zijn tenen. Heel ongebruikelijk.

Op de camping deed Stockfish zijn zegje en vanaf dat moment is Roland er eigenlijk op tegen dat dit fragment aan de wereld getoond wordt. Want hij staat hier op + 5, dus gewonnen. Ik vraag hem wat hem deed besluiten om juist op dit punt een remiseaanbod te doen. Roland zucht, begint aan een antwoord, onderbreekt dan zichzelf en zegt: ‘dit is nog geen antwoord, het is een inleiding daar op.’ Alles speelt mee, de sterkte van de tegenstander, het schommelende verloop van de partij, de tijdnood en misschien ook de competitie tussen de twee EsPionezen. Ik denk dat Rolands tegenstander nu bij zijn maten zit op te scheppen dat hij er nog een remise uitgesleept hebt. ‘Hoe heb je hem zo ver gekregen dat hij remise aanbood?’ vragen zijn vrienden. ‘Ach ja, een speler van mijn statuur….’ En weer verschijnt dat minzame lachte op zijn gezicht. Hij lijkt me niet de man van uitgebreide antwoorden.

Voor de derde dag op rij zijn we uit eten gegaan, vandaag wordt het zelf koken. Morgen is het Mariahemelvaart en zijn alle winkels dicht dus heb ik ruim ingeslagen bij de Lidl. Is er nog wat smalltalk voor de niet schakende lezers van dit blog? Het gebruikelijke camping gedoe misschien, met Nederlandse jeugd die in de nacht onze rust verstoort. ‘’Jongens en meisjes, kan het een beetje zachter’ roept Roland vaderlijk. .‘Ja hoor dat kan.’ We hebben tien minuten rust, dan zitten ze alweer op hetzelfde kabaalniveau. We gunnen hun de onderlinge onschuldige gezelligheid, maar dan graag wel binnenin de dure camper van papa en mama waarmee ze op stap zijn. Dat werkt. Wel weer een smoes minder als onze resultaten gaan tegenvallen.

Vandaag wacht Roland een jongetje van 13 of 14 (1900) en Henk een Dame van 27 uit de Belgische top tien (ook 1900). Of wij echt een beetje kunnen schaken, na vandaag zal het antwoord daarop gegeven gaan worden. Of tenminste een inleiding daarop.

Ens

Brugse Meesters #2: Volzet

Weinig schaaktechnische verhandelingen vandaag, al doet de titel van dit blog misschien naders vermoeden. We troffen twee Groningse schakers van in de 2100. Roland liet na vijf kwartier een dame inslaan, op a2 en had meteen op kunnen geven. Maar hij liet het zich toch bewijzen.

Zelf kreeg ik een Catalaan op het bord, die ik met Roland die ochtend had voorbereid. Na tien zetten voelde ik me comfortabel, bij zet twintig begon ik zowaar aan een plusremise te denken en bij zet dertig moest ik handen schudden. Mijn tegenstander was zo hoffelijk om te zeggen dat ik goed gespeeld had.

Wat een volzet dan wel is? Het is de aanduiding op een bord vooraan bij de camping om te melden dat ze complet zijn. Ook naast het bord zijn er deze week probleempjes op te lossen. Vrijdagavond eten we bij een Duitse Egyptenaar, Roland bestelt watergruwel. Maar de hem toegezegde salade blijkt er later toch niet bij te horen. Na enig soebatten -Roland vind het sjacheren een beter woord- wordt hij alsnog geleverd. Bij het verlaten van de tent slaan beide mannen elkaar vriendschappelijk op de schouder. Het gesoebat heeft hen dichter bij elkaar gebracht.

Nederlanders zouden directer zijn dan Belgen. Dat rijmt niet met onze ervaring. Als wij langs een gezondheidswinkel lopen valt ons oog op een affiche waar in koeienletters staat te lezen: DE WEST VLAMING MASTURBEERT TE VEEL. Vervolgens verwijzen ze naar een website waar je jezelf een test af kan nemen. Wij hebben daar geen tijd voor, voor die test bedoel ik. Schaken, boodschappen doen, partijen voorbereiden en analyseren, eettentje zoeken, het douchen zou er bijna bij inschieten.

Morgen diagrammetje, beloofd. Uit de drie partijen die we vandaag samen spelen moet toch iets leerzaams dan wel onderhoudends te peuren zijn.

Brugse Meesters #1: De geneugten van prikkeldraad

Het toernooi in Brugge moet nog beginnen, maar nu al heb ik keuzestress, ook al is onze ruime campingplaats (zie foto) al 2 maanden geleden gereserveerd. We hebben ons aangemeld voor het open toernooi, maar ik overweeg te switchen naar het toernooi waar 1800 ELO het maximum is. ’Tja Henk, als je geld wilt verdienen met schaken…’ mompelt Roland. ‘En je kan zomaar tegen van die kleine jongetjes komen die veel sterker zijn dan hun rating aangeeft’ probeert hij verder. Ik begrijp dat hij beducht is voor kleine jongetjes, bij het Science Park dreunde het verlies tegen zo’n gastje nog lang na.

Nee, ik schaak niet om geld te verdienen. Waarom eigenlijk wel? Om de concentratie die het spel vergt, om het plezier van de onderlinge competitie, om de schoonheid van sommige zetten en de stupiditeit van ontelbare andere, om de mooie verhalen die er achteraf over verteld en geschreven kunnen worden. Ik snap die Van den Hoogeband wel met zijn pleidooi om volgend jaar vooral met mooie verhalen terug te komen uit Parijs. Zijn bijna-naamgenoot Hoogeland werd twaalf jaar geleden wereldberoemd omdat hij met zijn ballen in het prikkeldraad kwam te hangen. Dat hij de bergtrui veroverde in die rit weet niemand meer. ‘Het liefst zouden de mensen schaamteloos mijn littekens bevoeld hebben’ beklaagde Hoogeland zich achteraf in de Volkskrant.


Spektakel is mooi en pijnlijk tegelijk. Maar ik zou het niet erg vinden om bekend te worden als de man die door een vreselijke blunder in Brugge de hoofdprijs in de open groep van 2000 euro verspeelde of door een jongetje van amper acht geniaal opgeknoopt in de 1800 groep. En mijn ontzetting daarover pontificaal op de voorkant van New in Chess afgebeeld? Tja, roem heeft een prijs. Met enige regelmaat ga ik verslag doen van onze belevenissen bij de zuiderburen. Als Oranje sneuvelt tegen Spanje dan hebben jullie nog iets om naar uit te kijken. Ah wel zulle! De klok gaat voor mij zaterdag om 10.00 uur lopen, Roland begint die dag met een gratis halfje.

Ens 

Kozakken Boys

Voor de zilveren SGA-cup waren we ingedeeld tegen de Kozakken Boys. Zij speelden in De Schakel in Diemen, de voormalige locatie van schaakclub Donner. Heerlijk om weer eens zo’n ouderwets buurthuis vol activiteiten te betreden. Er werd gemusiceerd, gebiljart, vergaderd en geschaakt. Nooit wegbezuinigen zo’n voorziening!

Best lastig trouwens, zo’n cupwedstrijd. Je weet tevoren de precieze krachtsverhoudingen niet, of je de kop van jut bent of de torenhoge favoriet. In een range van 1600-1900 is er van alles mogelijk. Aan het eind van de avond bleek dat wij de sterksten waren, op papier dan. En de underdogs wonnen, met maar liefst 3,5-0,5. Glorieus door naar de volgende ronde. Proficiat!

Het enige halfje werd gescoord door Roland. Hij was als laatste na half elf nog bezig: een interessant eindspel met enkel lichte stukken en wat pionnen, waarvan Roland er eentje meer had. Het was voor beide partijen riskant om op winst te spelen, dus de avond eindigde met zetherhaling. Leuk om nog eens naar te kijken. 

De wedstrijd was toen al beslist. Aan bord 4 kreeg ondergetekende als enige een qua rating sterkere tegenstander tegenover zich. De voormalige extern wedstrijdleider gaf in de opening zomaar een pion cadeau en werd vervolgens kundig opgeknoopt 1-0. Rudolf, die de laatste weken matig presteert, was desondanks op bord twee gaan zitten. Om ‘de klappen voor de rest van het team op te vangen.’ Dat deed hij met verve. Rudolf koos een verkeerde verdediging en liet daarmee zijn Dame pennen: 2-0.

Nog niets verloren, als bord 1 en 3 zouden winnen kwam alles nog goed. Niet geheel onmogelijk. Van Léon aan bord 1 dachten wij dat hij goed stond. Maar opeens kwam hij een stuk achter in een stelling waarin meerdere stukken hingen, de meeste helaas van Léon zelf. Bij het tweede stukverlies keek Léon nog 10 seconden en boog toen het hoofd: 3-0. Roland moest berusten in een half punt en redde zo de eer.


Bij het weggaan wierp ik nog een jaloerse blik op de instrumentalisten die aan het begin van het pand onderdak hadden gekregen. Bij hen zat er wel muziek in.