Ook buiten de schaakscene deden we domme dingen, zoals onnodig met een volle blaas de lange, lange weg naar huis lopen. Het bos bood uitkomst. Ook onnodig was mijn angst dat mijn laptop het begeven had, omdat er alleen nog vaag te onderscheiden beelden op het scherm verschenen. Ik was bang dat vocht en vuil van de camping zich hadden ingevreten. Verkeerde analyse. Tegen de zon inkijkend op de camping had ik blijkbaar de helderheidknopjes beroerd. Een paar tikjes op f2, van het toetsenbord wel te verstaan, en alles werkte weer.
Waar de helderheid het ook af liet weten liet was in de speelzaal en niet alleen bij mij. Donderdag was dit de slotstelling waarin mijn tegenstander, in lichte tijdnood, remise aanbood.
Op de laatste dag speelde ik tegen een Nederlander die haast had, een trein wilde halen of zoiets. Hij offerde een stuk, na lang nadenken nam ik het aan en even later offerde ik even vrolijk een stuk terug wat hij even zo vrolijk langdurig weigerde. Gekke pot.
Nog iets onnodigs, de opschudding die we hebben doen ontstaan over de West-Vlaming. Minstens tien keer zijn we langs de gezondheidswinkel gelopen die de stelling onderbouwt dat deze bevolkingsgroep te veel masturbeert. Bij de 11e keer worden wij door Hester, die een dagje ons gezelschap houdt, er op gewezen de er niet masturbeert maar musterbeert staat. Wat dat dan weer is? Niet zo moeilijk eigenlijk. Het is dat je te veel moet van jezelf, dat je te jezelf veel druk oplegt. Hier bekennen we schuld, zijn wij niet allen West Vlamingen?
Eerlijk gezegd viel ons de opschudding wat tegen, een fraaie quote van Pelleboer mocht genoteerd worden, met een tekst waarin hij het onderwerp subtiel aan ons als schakers koppelt. schaken is jezelf met de hand een plezier doen. Mijn vrouw Erna deed ook een duit in het zakje en wees me op het motto dat prominent te lezen is op onze website, afkomstig uit de koker van Jaap de Kreek: schaken dat het ’n lust is. ‘Wat zou zo’n aantijging je dan nog kunnen schelen’ zegt ze. Het is ons trouwens duidelijk dat om onduidelijke redenen niemand de test gemaakt heeft, anders waren wij wel eerder gecorrigeerd.
Het lachen op de volgende foto is ook volkomen onnodig, het verging ons snel.

Onnodig, maar wel leuk, die foto als aandenken aan een mooi schaak/kampeer avontuur. We hebben vrienden gemaakt, zoals de Egyptenaar die ons toezegde dat iedereen die het codewoord kent volgend jaar bij de Brugse meesters een gratis salade bij hem op kan halen bij restaurant Roopoorte, Vlamingstraat 36 in Brugge. Vrienden zoals de schilderes die langsliep toen in de avond een gaslamp schaduwen over onze gezichten en de schaakstukken liet vallen die haar welgevallig waren. Zoals de Nepalees Anish, waar Roland dagelijks onze blikjes cola zero kocht. En zelf ben ik onverwacht vrienden geworden met Wim Kayzer, u weet wel die man van de mooie diepte interviews drie decennia geleden bij de VPRO. Ja, ook de man van dat lapje voor zijn linker oog. Terwijl Roland de jazzplaten en -cd’s besnuffelde stuitte ik op een vuistdikke roman van Kayzer: de waarnemer. Na amper drie minuten bladeren had ik al vier zinnen gelezen waar ik aan bleef haken, zoals de volgende: ‘de man achter de tap was aardig, maar ook niet meer dan dat.’
Zo hebben we culturen, zuilen en afstanden overbrugd, 14 duizend stappen per dag gedaan maar helaas ook een paar stappen terug op de Fide en KNSB ratinglijst. De neerwaartse curve is onontkoombaar. ‘Als we tijd van leven hebben halen we de grens van1400 Elo’ probeer ik de kwestie tegendraads te benaderen. ‘Niet te snel dalen dan maar’ reageert Roland. Ik ben inmiddels thuis. Nog een koffietje en dan duik ik onder de wol om al onze avonturen te laten bezinken. Het was ons een genoegen ze met jullie te delen.
Naschrift 1: De codewoorden voor de gratis salades worden verstrekt aan iedereen die ons komend seizoen in de interne competitie helpt om zo traag mogelijk richting de 1400 te bewegen.
Naschrift 2: Gisteren werd duidelijk dat verklootfase bij Nederlandse atleten zich aandient kort voor de finish, waardoor Hassan en Bol ons in dramatische wendingen ruim naar de kroon steken. Wij daarentegen zijn de betere lopers, wij vallen niet.

Roland speelde in de middag tegen een bleek, klein ogend jongetje dat nauwelijks naar zijn bord keek. Hij had de stelling blijkbaar scherp genoeg in zijn hoofd om varianten te berekenen. Roland werd verrast in zijn favoriete opening, het London system, wat een prestatie op zich is. Toch bereikte Roland een eindspel met ongelijke lopers, dus een halfje lag voor het oprapen. Op wat hij toen deed was verkloten wel van toepassing, hij verloor ‘kinderlijk’. Wat kan je doen om zoiets te verwerken? Een half uur glazig voor je uitstaren over je Blonden Os heen is een passend begin. Daarna moet je kiezen. Je denk aan eerdere (onverdiende) successen die je geboekt hebt of je denkt aan groter wereldleed. En dan hopen maar dat de slaap weer komen wil. Of als dat niet lukt kan je de volgende dag epaterend de bas bespelen. (zie foto)
Zelf had ik een uur voor dit debacle mijn tweede punt laten bijschrijven. Tegen een oudere Belg die vroeger veel beter geweest moet zijn als ik het afmeet aan sommige zetten die hij deed. Ik dronk, om de tijd te doden en Roland niet te veel op de vingers te kijken, een pilsje bij de bar in gezelschap van de fameuze Kevin de Bruyne (zie foto) en was maar juist op tijd terug in de speelzaal om het einde van de partij mee te maken. Het jongetje oogde verbaasd toen Roland sportief opgaf.




















































